Een erfelijke ziekte doorgeven
Kinderen erven niet alleen hun uiterlijk en karaktertrekken van hun ouders. Soms geven ouders ook een erfelijke ziekte door. PGT kan dit mogelijk voorkomen. Hieronder leggen wij uit hoe erfelijke ziekten worden doorgegeven en hoe groot de kans daarop is.
Autosomaal dominant
Bij een autosomaal dominante ziekte heeft een kind 50 procent kans de ziekte te krijgen. Het maakt niet uit of het kind een jongen of een meisje is. Bij elke zwangerschap is de kans 50 procent dat het kind de ziekte wel of niet heeft.
Autosomaal recessief
Als beide ouders drager zijn van een autosomaal recessieve ziekte, dan hebben ze de ziekte zelf niet. Zij kunnen die ziekte wel doorgeven. Bij elke zwangerschap is er dan:
- 25 procent kans dat het kind de ziekte krijgt.
- 50 procent kans dat het kind drager is, zonder zelf ziek te zijn.
- 25 procent kans dat het kind de ziekte niet heeft.
Het maakt niet uit of het kind een jongen of een meisje is.
X-gebonden
Bij X-gebonden erfelijkheid ligt de erfelijke aanleg op het X-chromosoom. Vrouwen hebben twee X-chromosomen. Mannen hebben een X- en een Y-chromosoom.
- Als de vrouw draagster is, heeft een zoon 50 procent kans op de erfelijke ziekte. Een dochter heeft 50 procent kans draagster te zijn.
- Mannen met een X-gebonden ziekte geven de erfelijke aanleg altijd door aan een dochter (die draagster is), maar nooit aan een zoon.
Bij elke zwangerschap is er opnieuw de kans dat de erfelijke ziekte wordt doorgegeven.
Chromosoomafwijkingen
Het risico op een kind met een chromosoomafwijking verschilt per situatie. Het risico kan laag zijn, maar ook oplopen tot 50 procent. Een chromosoomafwijking maakt soms de kans op een miskraam groter.