Een niet-conclusieve uitslag. Wat nu?
Soms is de uitslag van een PGT-test niet-conclusief. De uitslag wijkt af van een normale uitslag, maar wijst niet sterk genoeg op de aanwezigheid van een genetische aandoening of er is sprake van geen (amplifi catie) resultaat. Embryo’s met een PGT-uitslag die niet-conclusief is, kunnen niet geplaatst worden. Math Pieters, klinisch embryoloog en hoofd laboratorium voor Voortplantingsgeneeskunde van het UMC Utrecht, legt uit wat er met deze embryo’s gebeurt. “Als het embryo voldoende ontwikkelpotentie heeft, biedt het aan het einde van het PGT-traject soms een extra kans op een gezond kind.”
Math Pieters begint met een korte uitleg over het biopsieproces. “Het biopteren van de embryo’s gebeurde in het UMC Utrecht tot voor kort deels nog op dag 3 óf op dag 5-7 na de bevruchting. Bij een biopsie op dag 3 (blastomeerbiopsie) bestaat het embryo uit ongeveer 8 cellen. Met een infraroodlaser maakten we een minuscuul gaatje in de ‘eischil’ waarna we met een biopsienaald één cel afnamen. Sinds eind april vindt de biopsie echter alleen nog plaats op dag 5-7. De celdeling is tussen dag 3 en dag 5-7 verder doorgegaan en in enkele dagen heeft het embryo al grote veranderingen doorgemaakt. Vanaf dag 5 ontstaat in het zich ontwikkelende embryo een herkenbare binnen- en buitenkant. De cellen aan de binnenkant vormen de embryonaalknop, waaruit later de eigenlijke foetus zal ontstaan. De cellen aan de buitenkant, die geen onderdeel vormen van de latere foetus, dragen onder andere bij aan de vorming van vruchtvliezen en placenta. Bij een biopsie op dag 5-7 (TE-biopsie) nemen we cellen aan de buitenkant weg. Omdat het embryo inmiddels uit enkele tientallen tot soms wel meer dan honderd cellen bestaat, kunnen we dan tot wel tien cellen afnemen. De genetische inhoud van alle cellen is met betrekking tot de PGT-indicatie identiek. Dus als je diagnostiek doet op één of enkele cellen, dan geldt de uitslag ook voor de andere cellen van het embryo. Bij de TE-biopsie is de uitslag betrouwbaarder.”
Scoren embryo’s
De gebiopteerde cellen gaan in een reactievaatje en vervolgens op transport naar het PGT-laboratorium in Maastricht, waar ze worden getest. Het DNA wordt uit de cellen geïsoleerd en onderzocht met een speciaal ontwikkelde PGT-test of (steeds vaker) met een genoombrede, generieke test. Bij een biopt op dag 3 was de uitslag er binnen 24 uur en kon een gezond embryo vaak al een dag later worden geplaatst. Bij een dag 5-7 biopsie laat de uitslag enkele weken op zich wachten. We vriezen de embryo’s daarom in en bij groen licht kunnen ze later worden geplaatst. Soms is een uitslag niet-conclusief. Dat betekent dat de uitslag afwijkt van een normale uitslag, maar niet afwijkend genoeg is om een genetische aandoening te vermoeden. De embryo’s worden dan niet geplaatst.” Math Pieters legt uit dat elk embryo een kwaliteitsscore krijgt. “Hebben we een embryo dat qua ontwikkeling onder de maat is en waarvan we ons afvragen of het voldoende ontwikkelpotentie heeft en of het (een tweede keer) biopteren, invriezen en ontdooien zal overleven, dan doen we er niks meer mee, want we willen wensouders niet voor de gek houden. Hebben we daarentegen een supermooi embryo, met hoge scores, dan biopteren we een tweede keer en vriezen we het embryo opnieuw in. Als de test ook de tweede keer een niet-conclusieve uitslag geeft, wordt het embryo vernietigd.”
Gratis surplus
Met betrekking tot de timing van het tweede biopt en de daaropvolgende PGT-analyse bestaat binnen PGT Nederland een gevarieerde aanpak. Sommige PGT-transportcentra nemen tweede biopten al mee in de eerstvolgende nieuwe cyclus. Anderen – waaronder UMC Utrecht – doen dit pas aan het einde van de rit als het paar ‘uitbehandeld’ is. Math Pieters: “Misschien zijn er dan nog een of enkele embryo’s over die niet-conclusief zijn en die we dan alsnog kunnen biopteren om opnieuw te laten testen in het PGT-lab in Maastricht. Zo kunnen we mogelijk aan het einde van de rit toch nog iets voor mensen betekenen. Een gratis surplus, want de kosten voor zo’n tweede biopt en test betaalt de verzekeraar niet.”
Logistieke exercitie
“Het is bovendien een logistieke kwestie”, vervolgt hij. “Als we verse embryo’s uit een nieuwe cyclus én ontdooide embryo’s uit een eerdere cyclus tegelijk willen laten testen, dan is dat een majeure exercitie, zeker in het licht van de circa 1.600 ivf/ICSI-cycli die wij hier in Utrecht (naast PGT) hebben. De toegevoegde waarde ervan is per keer in mijn ogen gering. Waarom zou je het zo ingewikkeld maken, als je het ook in één keer, en alleen als het nodig is, aan het einde van de drie cycli kan doen?” Op de vraag wat de impact van een tweede biopt op het embryo is, antwoordt Math: “Het embryo kan een tweede biopt over het algemeen goed aan. Vergelijk het met een voetbal die uit allemaal vlakjes bestaat, die op elkaar aansluiten. Als je daar een stukje uitneemt, dan lijkt het aanvankelijk alsof de bal, het embryo, ‘dat niet zo fijn vindt’. Het klapt als het ware een beetje in elkaar. Als je het dan een paar uur later bekijkt, is er niets meer aan de hand. De celdeling is doorgegaan, het het weggenomen ‘vlakje’ is hersteld en de voetbal is weer rond en compleet. De kans op een gezonde zwangerschap is daarmee net zo groot als voorheen.”
Afvalrace
Math Pieters licht de Utrechtse resultaten van embryo’s met een tweede biopt toe: “In de periode 2019-2023 zijn 119 embryo’s van 73 paren ontdooid voor een tweede biopsie. Daarvan waren er 109 goed ontdooid en bij 68 (48 paren) hebben we de herbiopsie kunnen uitvoeren. Bij 52 embryo’s (40 paren) was de PGT-uitslag van het tweede biopt wél conclusief en daarvan zijn er 35 (30 paren) vrijgegeven voor plaatsing. Uiteindelijk hebben 19 paren een plaatsing gekregen (20 plaatsingen in totaal), 11 vrouwen werden zwanger en bij 8 paren is daarna een doorgaande zwangerschap ontstaan. In totaal 11%, dus van het totaal aantal patiënten maar 42% van de paren die een plaatsing hebben gekregen. Het is een afvalrace. Aan de andere kant, deze paren hebben wel een extra kans gekregen.”