30 jaar PGT in Maastricht - “De eerste echo’s stonden gemarkeerd in onze agenda’s”

“Ondanks dat we de patiënten zelden ontmoetten, voelden ze bijna als familie. We kenden hun hele voorgeschiedenis en natuurlijk hun vurige wens om een gezond kindje op de wereld te zetten. Vanuit het lab leefden we enorm met ze mee. De zwangerschapecho’s, zo’n vijf weken na de embryoplaatsing, stonden in de beginjaren zelfs gemarkeerd in onze agenda’s”, zegt klinisch embryoloog Edith Coonen. Klinisch genetisch laboratoriumassistent Jos Dreesen: “Het was een kwestie van trial and error. Wat waren we blij als het bericht van een gezonde baby ons bereikte.”

Edith Coonen en Jos Dreesen met geboortekaartjes op tafel
Edith Coonen en Jos Dreesen

Als enig academisch ziekenhuis in Nederland met een vergunning, zet Maastricht begin jaren ’90 een PGT-programma op. PGT (preïmplantatie genetisch test) is dan nog een nieuw vakgebied, technisch zeer uitdagend, breed en niet onomstreden bovendien. PGT werd toen nog PID (preïmplantatie diagnostiek) en later PGD (preïmplantatie genetische diagnostiek) genoemd. Jos Dreesen, in die tijd werkzaam op de afdeling Antropogenetica aan het Radboud ziekenhuis in Nijmegen, reageert op de vacature voor labassistent klinische genetica in Maastricht. “De eerste PGT-baby ter wereld was net geboren, in Engeland. In Nederland moest alles nog beginnen. Die uitdaging, het pionieren, sprak mij erg aan.” 

Dat Edith een loopbaan als klinisch embryoloog zou krijgen, lag niet meteen voor de hand. “Na een afgebroken studie Diergeneeskunde was ik overgestapt op Gezondheidswetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Ik ben afgestudeerd bij Joep Geraedts, pionier in de genetische diagnostiek. Van hem hoorde ik voor het eerst over PGT. In die periode werd net de vakgroep Moleculaire Genetica en Celbiologie opgericht, onder leiding van Frans Ramaekers. Hij had een vacature voor een promotieonderzoek, ik solliciteerde en werd aangenomen. Mijn promotieonderzoek, begeleid door Joep en Frans, richtte zich op een betere voorbereiding van embryocellen op genetische analyse. In 1993 zijn we daarin geslaagd, waarop Joep vond dat het tijd was om de stoute schoenen aan te trekken en met deze nieuwe methode de boer op te gaan. Dus toog ik naar het Hammersmith Hospital in Londen, waar kort daarvoor de eerste PGT-baby ter wereld was geboren, om onze innovatie te presenteren én met het voorstel om te gaan samenwerken. Daar hadden de Engelsen wel oren naar. Ik heb toen een paar maanden in Engeland gewerkt om hen de techniek te leren en een begin te maken met wat zou uitgroeien tot een vruchtbare samenwerking en vriendschappen voor het leven. Op basis van de kennis die ik daar heb opgedaan zijn we hier verder gegaan.” 

Oude couveuse

Edith Coonen en Jos Dreesen kijken in de couveuse naar een tray met pipetjes

Jos bewaart mooie herinneringen aan die eerste jaren. “We hadden twee aparte diagnostische sporen, met eigen labs en medewerkers die samenkwamen bij de ivf. Ik hield me in het ene lab bezig met monogene aandoeningen en Edith concentreerde zich in het andere lab op chromosomale afwijkingen. Qua voorzieningen was er nog nauwelijks iets geregeld. Er was weinig geld en dus moesten we wel inventief zijn. Voor de testen op monogene aandoeningen gebruikten we een oude couveuse die ik in het ziekenhuis op de kop had weten te tikken. De couveuse bood een beschermde omgeving en dat was belangrijk want we werkten maar met één celletje en dan wil je niet dat er DNA-besmetting optreedt. 

Ons doel was in te zoomen op een klein stukje DNA, bijvoorbeeld het CF-gen, in één enkele cel. In zo’n cel zit echter heel weinig DNA - ongeveer 7 picogram - te weinig om direct te kunnen analyseren. Daarom moesten we het DNA eerst enzymatisch vermenigvuldigen. Daarvoor gebruikten we de PCR-techniek (Polymerase Chain Reaction), die destijds nog vrij nieuw was. Voor het aankleuren van het DNA, noodzakelijk om te zien of de mutatie aanwezig was, moest ik met mijn gel naar de universiteit lopen, die over een UV-C lichtbak beschikte. Die eerste analyses waren echt doorpezen, dan zat ik soms tot middernacht op het lab en ‘s morgens weer vroeg aan de slag. Op dag drie na de bevruchting werd één celletje van het embryo gehaald, een of maximaal twee dagen daarna was er dan al de uitslag.”

Brothers in arms

Behalve weinig middelen, waren er in de beginperiode ook weinig collega’s om mee te sparren. Jos: “Ik had het er natuurlijk wel over met gynaecologen of ivf-artsen, maar die keken je meestal wat glazig aan. We spraken letterlijk een andere taal. Dat ging me op een gegeven moment parten spelen. In overleg met Joep ben ik naar Brussel gegaan, daar waren ze ook bezig met PGT en dat hielp enorm. We noemden onszelf ‘brothers in arms’. We merkten dat we allemaal tegen dezelfde problemen aanliepen. Het was heel inspirerend om samen na te denken over oplossingen.” “Internationale samenwerking op het gebied van beleid en kwaliteit is inmiddels heel gewoon”, zegt Edith. “We zijn onder andere zeer actief in ESHRE (European Society of Human Reproduction and Embyrology).” 

Ontwikkelingen in klinische genetica

De eerste succesvolle PGT herinneren Edith en Jos zich nog goed. “Dat ging om een geslachtsbepaling om een ziekte te voorkomen die alleen op jongens overdraagbaar is. Technisch gezien niet zo spannend. De tweede was dat zeker wel. Hier ging het om het identificeren van afwijkingen in de structuur van chromosomen in het embryo (translocatie). Die geboorte was een bijzonder moment, dat deed echt wel iets met ons.” Ondertussen staan de ontwikkelingen in de klinische genetica bepaald niet stil en nemen de kennis over genetische afwijkingen en daarmee de mogelijkheden om ze op te sporen enorm toe. Jos: “Bij monogene aandoeningen was de multiplex PCR een grote stap vooruit. Vanaf dat moment konden we in één cel naar meerdere plekken in het DNA tegelijk kijken. Dat was een stuk efficiënter, en bovendien gaf deze methode meer zekerheid waardoor de kans op een misdiagnose afnam.” Edith: “Ondanks dat de monogene en chromosomale aandoeningen aparte sporen waren, liepen de ontwikkelingen ongeveer gelijk op. In diezelfde periode als de multiplex PCR, zo rond 2000, kregen wij ook een nieuwe methode die meer zekerheid gaf over de diagnose. Bijkomend voordeel was dat we niet meer voor elke patiënt een nieuwe test moesten opzetten, maar dat je een basistest had die we per patiënt moesten finetunen. Dat scheelde een hoop werk.” 

Kantelpunten

“Er is in die dertig jaar gigantisch veel veranderd”, stellen Jos en Edith vast. “Eigenlijk op alle gebieden. De eerste vijftien jaar was er geen tarief voor PGT en moest alles gefinancierd worden uit bestaande middelen. We moesten inventief zijn en blijven doorpakken. De pioniersgeest van destijds heeft ons gebracht waar we nu staan. Met de groei van PGT - in middelen en mensen - is er steeds meer specialisatie aangebracht. Een kantelpunt was de samenwerking met ivf-PGT transportcentra vanaf 2007 - door Joep in gang gezet - die een versnelling bracht. De biopsie- en verzamelprotocollen hadden wij al ontwikkeld en gevalideerd, die konden we zo overbrengen naar de centra in Utrecht, Groningen en Amsterdam. Ook kantelde het beeld in de maatschappij. Edith: “In het begin deden we alleen PGT voor erfelijke aandoeningen waarbij de penetrantie 100 procent was. Uit de samenleving kwamen echter steeds meer signalen dat vrouwen die drager zijn van het BRCA-gen en daarmee een sterk verhoogde kans hebben op het ontwikkelen van borst- en eierstokkanker, daar ook iets mee wilden. Dat heeft destijds nog tot grote politieke rumoer geleid. Joep Geraedts, gynaecoloog Hans Evers en ethicus Guido de Wert, hebben zich de blaren op de tong gepraat. Wat uiteindelijk de doorslag gaf, waren de patiënten zelf. Die verschenen overal in praatprogramma’s om hun verhaal te doen en dat zorgde voor maatschappelijk draagvlak. De BRCA-dragers zijn nu al jarenlang onze grootste PGT-groep.” Edith vervolgt: “Eén van de kenmerken van PGT Maastricht is dat wij altijd hebben geïnnoveerd met oog voor de patiënt én met wat leeft in de samenleving. We vertellen het eerlijke, objectieve verhaal. Niet alleen in de spreekkamer, maar ook op andere manieren en momenten. Daarom doe ik bijvoorbeeld mee aan de DNA-dialogen, discussieavonden, podcasts en geef mijn visie in de media.

One-size-fits-all test

Enkele jaren geleden is er nóg een grote doorbraak geweest en dat is de one-size-fits-all test die alle ziektebeelden over het hele genoom kan identificeren. Jos: “Groot voordeel is dat de voorbereiding van de test veel korter duurt. In plaats van een tot anderhalf jaar, nog maar een maand of vier. Daarmee is de wachttijd voor patiënten aanzienlijk verkort.” Edith, lachend: ”De tijd van de couveuse ligt inmiddels heel ver achter ons, die heeft na zijn pensioen nog een tijdje achter in mijn tuin gediend als broedstoof voor de kippenkuikens.” 

Edith Coonen en Jos Dreesen staan naast een couveuse tegen een zwartwit achtergrond
Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.